Waarschuwen van de (huis)arts bij overlijden

Het overlijden van een naaste is een zeer emotioneel en pijnlijk moment. Na het overlijden zijn er enkele handelingen die door de nabestaanden moeten worden uitgevoerd. De eerste handeling is het waarschuwen van de (huis)arts van de overledene. Alleen een arts mag de persoon officieel dood verklaren. Bovendien moet de arts bepalen wat de doodsoorzaak is. De arts geeft na de doodverklaring twee documenten af die benodigd zijn bij het aangeven van een overledene bij de burgerlijke stand.

Wanneer een huisarts waarschuwen

Direct na het overlijden moet de huisarts gewaarschuwd worden. Wanneer iemand thuis is overleden, moet de huisarts van de overledene worden gewaarschuwd. Deze dient vervolgens zo snel mogelijk langs te komen om de persoon dood te verklaren. Ook moet de arts bepalen waaraan de overledene is overleden. In veel gevallen is dit snel duidelijk, omdat er vaak sprake was van ziekte of ouderdom.

Hoewel het moment van overlijden erg emotioneel is voor de aanwezige nabestaanden, is het belangrijk om de arts direct te waarschuwen. In ziekenhuizen en verzorgingstehuizen wordt de arts meestal door het personeel gewaarschuwd. Omdat in deze instellingen vaak permanent een arts aanwezig is, gaat het proces hier vaak sneller.

Handelswijze arts

Wanneer de arts arriveert, wordt de persoon eerst doodverklaard. De arts gaat onder andere luisteren of er een hartslag aanwezig is, om er zeker van te zijn dat de persoon overleden is. Vervolgens wordt de A- en B-verklaring ingevuld door de arts. Dit zijn twee documenten die dienen als een bewijs van overlijden. De verklaringen zijn nodig om een overledene aan te geven bij de burgerlijke stand.

Overlijden van een orgaan- en/of weefseldonor

Een groot deel van de bevolking is inmiddels orgaan- en/of weefseldonor. Dit wil zeggen dat bij het overlijden bepaalde delen van het lichaam verwijderd mogen worden om te doneren aan anderen. Wanneer iemand een donor is, moet het lichaam zo snel mogelijk naar een ziekenhuis wordt verplaatst. Bij organen bestaat er een grote tijdsdruk, omdat deze slechts zeer beperkt houdbaar zijn in een overleden lichaam of daarbuiten. De longen en het hart mogen maximaal 6 uur buiten het lichaam zijn. Een lever kan slechts 12 uur bewaard worden. De nieren kunnen langere tijd gekoeld bewaard worden. Ook voor weefsels, zoals de huid, botten en hartkleppen, is er een zekere druk om deze zo snel mogelijk te verwijderen voor donatie.

Vanwege de tijdsdruk, is het belangrijk om de arts zo snel mogelijk op de hoogte te stellen van de donorregistratie van de overledene. De arts kan vervolgens regelen dat het lichaam zo snel mogelijk wordt overgebracht naar het ziekenhuis voor verwijdering van de organen of het weefsel. De verwijdering kan meer dan 24 uur in beslag nemen. Na de donoroperatie wordt het lichaam teruggegeven aan de nabestaanden.