Natuurlijke dood en niet-natuurlijke dood

Wanneer iemand komt te overlijden, moet een arts de persoon doodverklaren. Op de A- en B-verklaringen die hierbij horen moet er worden aangegeven of de dood natuurlijk of niet-natuurlijk is. Hoe de arts de dood beoordeelt, is bepalend voor wat er gebeurt met het lichaam. Bij een niet-natuurlijke dood is er (veel) extra onderzoek nodig, bijvoorbeeld om een misdrijf uit te sluiten.

Verschil natuurlijke en niet-natuurlijke dood

Het verschil tussen een natuurlijke en niet-natuurlijke dood is op papier simpel. Een niet-natuurlijke dood is een dood veroorzaakt door een ongeval, moord of zelfmoord. Het stopzetten van machines of medicatie die iemand in leven houden wordt niet gezien als een niet-natuurlijke dood, maar een natuurlijke dood. Ook sterfgevallen als gevolg ziektes en aandoeningen wordt gezien als een natuurlijke dood, zelfs wanneer de overledene nog (zeer) jong was. Simpel gezegd zijn alle sterfgevallen veroorzaakt door iets of iemand van buitenaf niet-natuurlijk. Wordt de dood veroorzaakt door iets in het lichaam, dan is de dood natuurlijk.

Handelswijze bij niet-natuurlijke dood

Bij een overlijden vult de huisarts of ziekenhuisarts normaal gesproken de A- en B-verklaring in. Vermoedt de arts echter dat er sprake is van een niet-natuurlijke dood, dan wordt de gemeentelijke schouwarts ingeschakeld. Dit is een door de gemeente aangewezen arts die een oordeel moet vellen over de doodsoorzaak. Bij een niet-natuurlijke dood worden de A- en B-verklaring ingevuld door de gemeentelijke schouwarts. Ook licht de schouwarts de officier van Justitie in. Vervolgens wordt er bepaald of er een onderzoek van de politie moet komen. Dit is niet alleen bij een misdrijf, maar ook bij de meeste ongevallen.

Bij een niet-natuurlijke dood kan er ook besloten worden om sectie te verrichten. Sectie is het onderzoek dat een patholoog verricht op een lichaam. Het doel hiervan is de exacte doodsoorzaak in kaart te brengen. Bij een misdrijf houdt dit bijvoorbeeld in dat de exacte wijze van doden nauwkeurig wordt onderzocht.

Verlof tot begraving of verbranding

Bij een natuurlijke dood wordt het overlijden door de begrafenisondernemer aangegeven bij de burgerlijke stand. De burgerlijke stand geeft vervolgens een verlof tot begraving of verbranding af. Pas na het afgeven van dit verlof mag het lichaam legaal begraven of gecremeerd worden. Bij een niet-natuurlijke dood wordt dit verlof pas afgegeven wanneer het onderzoek op het lichaam volledig afgerond is. Hiermee wordt voorkomen dat het lichaam verloren gaat, voordat alle mogelijke informatie die het lichaam geeft over het overlijden verzameld is.

  • Vond u deze pagina nuttig?
  • Ja Nee