Hypotheek of huur na overlijden

Na het overlijden blijft vaak een hypotheek of huurcontract achter. Wat hiermee gebeurt, hangt af van de situatie. De erfgenamen zijn aansprakelijk voor de gehele huurschuld. Bij een huurcontract ligt dit anders. Wanneer de overledene samenwoonde en samen op het huurcontract staat, verandert er niets in het huurcontract. Dit is wel het geval wanneer de overledene de enige is die staat genoemd op het huurcontract.

Hypotheek na overlijden

Wanneer de overledene een koophuis in bezit had, bestaat er in de meeste gevallen ook nog een hypotheekschuld. Deze wordt overgedragen aan de nabestaanden, die de volledige verantwoordelijkheid voor de afbetaling krijgen. Wat de nabestaanden het beste kunnen doen met deze hypotheekschuld, hangt van verschillende factoren af. Wanneer de woning geërfd wordt en de nabestaanden hier willen blijven wonen, kan de hypotheek met rente worden afbetaald, zoals dit ook voor het overlijden gebeurde. Het is voor nabestaanden mogelijk om de erfenis te weigeren. Ook de hypotheekschuld komt dan niet voor rekening van de nabestaanden. De nabestaanden verliezen dan echter ieder recht op nalatenschap.

Wanneer de nabestaanden niet langer het huis in bezit willen hebben, moet de hypotheekschuld in één keer afbetaald worden. Vaak is de verkoopprijs van de woning hoog genoeg om de hypotheek in één keer af te lossen, maar dit is niet altijd het geval. Het verschil moet dan worden bijgelegd door de nabestaanden. Veel mensen hebben een overlijdensrisicoverzekering afgesloten die kan helpen bij de afbetaling van de hypotheek. De overlijdensrisicoverzekering kan verpand zijn, wat wil zeggen dat het geld van de verzekering rechtstreeks aan de hypotheekverstrekker wordt uitgekeerd. Of dit het geval is, kan worden nagevraagd bij de verzekeraar van de overledene.

Huur na overlijden

Wanneer iemand overlijdt met een huurcontract voor een woning, verandert er soms niets. Wanneer de overledene met iemand samenwoonde die genoemd staat op het huurcontract, verandert het contract niet en wordt de samenwonende de enige huurder. Ook wanneer de overledene getrouwd was of een geregistreerd partnerschap had verandert er in principe niets.

Dit is anders wanneer de persoon waarmee de overledene samenwoonde geen officiële partner was en niet op het huurcontract stond genoemd. De persoon moet in dit geval met de verhuurder een overname van het huurcontract bespreken. De verhuurder mag dit op bepaalde gronden weigeren. De potentiële huurder kan hiertegen in beroep gaan bij een rechter. De rechter beoordeelt vervolgens of er van de volgende vier voorwaarden sprake is:

  • de woning was de hoofdverblijfplaats van de persoon
  • de persoon had een duurzame relatie met de overledene
  • er is voldoende inkomen om de huur te betalen
  • zo nodig is het mogelijk om een huisvestingsvergunning te ontvangen van de gemeente

Kan aan één of meer van deze voorwaarden niet voldaan worden, dan hoeft de verhuurder niet akkoord te gaan met een nieuw huurcontract. De persoon mag dan nog maximaal 6 maanden in de woning blijven wonen.

Was de overledene de enige huurder en bewoner, dan wordt de huur nog maximaal twee maanden betaalden, waarna het huurcontract formeel wordt opgeheven.