Aanpassingsstoornis na overlijden en rouw

De kans is relatief groot dat je nog nooit hebt gehoord van een aanpassingsstoornis. Het is dan ook zelden de term die mensen gebruiken. Een aanpassingsstoornis zal vaak gecatalogeerd worden onder burn-out, depressie of overspanning. Psychologische klachten zoals spanningen, emotionele buien en problemen met het normaal functioneren in groep of in sociale situaties zijn typische symptomen. We spreken dus van een aanpassingsstoornis wanneer er sprake is van aanhoudende stress die opkomst als reactie op een ingrijpende verandering in het leven. Het is dan ook een stoornis die vaak na het overlijden van een dierbare en de rouw die daarmee gepaard gaat de kop opsteekt. Simpel gezegd: je lichaam kan de overdaad aan stress niet meer aan.

Symptomen van een aanpassingsstoornis

Aanpassingsstoornissen kunnen we onderverdelen in verschillende types met verschillende symptomen. Het spreekt voor zich dat een mengeling van diverse subtypen ook een mogelijkheid is. De duidelijkste algemene symptomen van een aanpassingsstoornis zijn de volgende:

  • Duidelijke spanning die groter/erger is dan je redelijkerwijze mag verwachten
  • Duidelijk aantoonbare beperkingen wat betreft sociale interactie of omgang op het werk

Dit zijn natuurlijk symptomen die op zichzelf weinig vertellen. De symptomen worden echter concreter wanneer ze uitgebreid worden met de specifieke subtypes van aanpassingsstoornissen. We zetten even de subtypes op een rij hieronder.

Subtypes

Aanpassingsstoornis met depressieve stemming

Een dergelijke stoornis is misschien wel de vaakst voorkomende na het overlijden van een dierbare. De kenmerken komen heel erg overeen met die van een depressie en kan je als volgt beschouwen:

  • Lusteloosheid
  • Markant gebrek aan eetlust
  • Oncontroleerbare huilbuien
  • Vermoeidheid ondanks voldoende slaap
  • Verlies van interesse in alles

Aanpassingsstoornis met angstige stemming

Ook niet ongewoon na het rouwen om verlies van een dierbare is een aanpassingsstoornis met angstige stemming. Je bent bang dat jij de volgende bent of om nog meer dierbaren te verliezen. Eventueel zelfs om het leven aan te gaan zonder jouw dierbare in jouw leven. De kenmerken hiervan zijn:

  • Zenuwachtigheid in overdreven mate
  • Rusteloosheid
  • Ongerustheid over de kleinste zaken

Angststoornis met stoornis in gedrag

Een angststoornis met stoornis in gedrag komt in een minderheid van de gevallen voor maar is wel zeer heftig. In dit geval draait het niet rond vaste symptomen maar wel om een markante verandering in gedrag. Wat bedoelen we hiermee? Het karakter van de persoon in kwestie dat op korte termijn lijkt te veranderen. Het overtreden van wetten of misschien zelfs normen en waarden die de persoon in kwestie altijd hoog in het vaandel droeg. Een andere mogelijkheid is het compleet laten vallen van alle verantwoordelijkheid bijvoorbeeld taken niet meer inleveren of het werk niet meer bijhouden. Ook vechten en vandalisme kunnen hier bij horen.

Angststoornis niet gespecifieerd

Een niet gespecificeerde angststoornis kan je eigenlijk bij geen enkele van de bovenstaande subtypen plaatsen. Kenmerkend hiervoor zijn de volgende symptomen:

  • Lichamelijke klachten
  • Concentratieproblemen
  • Psychosociale stress
  • Teruggetrokkenheid

Het overlijden van een dierbare

Elk van de bovengenoemde subtypen van angststoornissen zijn mogelijke gevolgen van het overlijden van een dierbare. Rouwen is een diep emotioneel proces dat heel wat vraagt van de mensen die het ondergaan. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat niet iedereen ongeschonden uit een dergelijke gebeurtenis of rouwperiode komt. Aanpassen aan het leven zonder de dierbare die is overleden is, begrijpelijk, een te grote vraag om aan te kunnen. Een aanpassingsstoornis na een dergelijke traumatische gebeurtenis is niet abnormaal en het is dan ook aangeraden hiervoor uit te kijken bij mensen die iets dergelijks hebben meegemaakt.

Wat kan je ertegen doen?

Een aanpassingsstoornis hoeft vast en zeker geen blijvend gegeven zijn. Jammer genoeg is het wel zo dat de begeleiding van mensen met een aanpassingsstoornis een gigantische impact heeft op het vermogen om hiervan te herstellen. Zo heeft cognitieve gedragstherapie (een psycholoog dus) een succespercentage van 80%. Het is daarbij niet alleen belangrijk om rustig te praten over wat ertoe geleid heeft dat we in deze situatie zitten maar ook de blik naar de toekomst te werpen. Een vaste dagindeling helpt, ontspanningsoefeningen zijn een must en vaak kan een assertiviteitstraining ook vruchten afwerpen. Een aanpassing van de levensstijl is niet zelden effectief in het helpen van mensen met een aanpassingsstoornis.

Uiteindelijk hangt de aanpak van een aanpassingsstoornis in grote mate af van de persoonlijkheid van de persoon in kwestie. Ook het sociale netwerk rond deze persoon speelt een grote rol. Het heeft geen zin de persoon te laten vallen of agressief te benaderen met “de magische oplossing”. Zeker bij het verlies van een dierbare is die er immers niet. Wat wel werkt is een therapeut, psycholoog of een luisterend oor zonder oordeel te vormen. Regelmaat in het leven en het bieden van toekomstperspectieven zelfs zonder de dierbare zijn van goudwaarde.

  • Vond u deze pagina nuttig?
  • Ja Nee